Je gedachten als waar aannemen

Vertellen over wat je dwars zit, waar je tegen aan loopt is vaak nuttig en prettig. Het geeft opluchting. Tot een bepaald moment. In plaats van dat het dan nog opluchting geeft, zet het je vast in een beeld of overtuiging.

Vooral wanneer het gedachten zijn die over jou gaan en negatief gekleurd zijn. Dan kan het zijn dat, wanneer je deze gedachten echt gelooft, er gevoelens van bijvoorbeeld verdriet, onzekerheid, machteloosheid, moedeloosheid of frustratie ontstaan.

Gedachten als ‘Ik ben onzeker’, ‘Ik kan het niet’, ‘Ik heb er geen invloed op’, ‘Ik ben wie ik ben: saai’, ‘Ik kan niet anders’, ‘Het zit bij mij heel diep, een soort put’, ‘In mijn achterhoofd zit het nog, dat ik niet goed genoeg ben’, ‘Dit is mijn aard’.

Nemen we deze gedachten voor waar aan en we ‘smelten er al het ware mee samen’, we identificeren ons ermee, dan ontstaan bijvoorbeeld de gevoelens zoals hierboven beschreven.

Wanneer we de gedachten zien voor wat ze zijn, namelijk: klanken, woorden, zinnen, een interpretatie van de werkelijkheid, verliezen ze hun zwaarte.

Om de gedachten te kunnen zien voor wat ze zijn, zijn er een aantal experimenten mogelijk:

  • Kijken naar je denken

Pak een blokje post-its en schrijf per post-it de komende drie minuten elke gedachte op die voorbij komt.

Kijk er vervolgens naar. Dit zijn slechts de gedachten van de afgelopen drie minuten.

  • Een ander experiment: Tijdelijke gedachten

Schrijf enkele gedachten op die herhaaldelijk in jou verschijnen. Ga dan even iets anders doen.

KIjk daarna opnieuw naar je denken. Welke gedachten verschijnen er nu in jou?

En kijk daarna opnieuw naar de gedachten die je hebt opgeschreven en vraag je 1 voor 1 bij de gedachte af of je die in het hier of nu nog steeds hebt. Het gaat er hierbij niet om of je de gedachte nog steeds geloofd, maar of diezelfde gedachte er op dit moment nog is.

  • En nog een: De witte ijsbeer

Je mag nu niet aan een witte ijsbeer denken. Maar dan ook echt niet. Niet aan zijn vacht, niet aan hoe groot hij is. Echt niet aan een ijsbeer denken. Niet doen hoor.

En …

Wat heb je ervaren?

De gedachte verschijnt in jou. Je kiest niet zelf wat je denkt. Wel kan je kiezen wat je met de gedachte doet. Of je deze voor waar aanneemt.

En eigenlijk nog beter is om te kijken of de gedachte die je hebt, behulpzaam voor je is. Helpt de gedachte, die in je verschijnt, je te doen wat je echt belangrijk vindt? Bij wat je op dit moment wilt? Maakt de gedachte je blij, energiek, enthousiast, mild of open?

Zoals de jongeman op de foto. Hij is zo in gedachten verzonken, dat hij geen oog meer heeft voor zijn omgeving, voor waar hij is, in het hier en nu.

Zonde, hij zou zo maar kunnen gaan genieten van de zon op zijn gezicht, van het uitzicht, van het gevoel van zand onder zijn voeten, van de ruimte en de vrijheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *